Dollard
| Dollard Dollart | ||||
|---|---|---|---|---|
| Locatie | Tussen | |||
| Zee | Waddenzee | |||
| Coördinaten | 53° 17′ NB, 7° 9′ OL | |||
| Oppervlakte | 100 km² | |||
| Max. breedte | 9 km | |||
| Plaatsen | Emden, Fiemel | |||
| Foto's | ||||
Satellietbeeld | ||||
| ||||
De Dollard (Duits: Dollart, Gronings: Dollert of Dullert, bijnaam Ol Tjoard, Oostfries: Dullert, uitgesproken als Doelert) is een brakke zeeboezem in het verbrede deel van het Eems-Dollard estuarium, op de grens van Nederland en Duitsland. De Dollard is van noord naar zuid ongeveer negen kilometer breed en heeft een oppervlakte van ongeveer 100 km². Het gebied omvat 1160 hectare kwelders en 7700 hectare bij laag water droogvallende slikken, platen en wadden. Van de Dollardboezem ligt – althans volgens Nederlandse grensaanduidingen – ongeveer 70% in Nederland.[1]
Ook een deel van de rivier Eems – namelijk het Emder vaarwater en de monding van de Beneden Eems – wordt vanouds tot de Dollard gerekend. De Duitse stad Emden direct ten noorden van de Dollard en wordt doorgaans betiteld als de Hafenstadt am Dollart. De Eems, in het Duits Ems, stroomt door Duits grondgebied en mondt uit in de noordoostelijke hoek van de Dollard. Het water vervolgt daarna zijn loop via de Eemsmonding naar de Waddenzee.
In de Dollard is sprake van een getijdenverschil van meer dan drie meter. Het water is brak doordat het zeewater zich hier mengt met het water uit de Eems en de Westerwoldsche Aa. Het zoutgehalte varieert van 22 promille in het centrale deel tot 5 promille bij de monding van de Westerwoldsche Aa. Soortgelijke waarden worden gemeten in het Emder vaarwater en de Beneden Eems.
De Dollard is ontstaan aan het einde van de middeleeuwen. Daarbij zijn ongeveer twintig dorpen verdronken. Tweederde van het ondergelopen gebied is sinds de 16e eeuw weer terug gewonnen. Rondom de Dollard zijn de Dollardpolders te vinden; in Duitsland spreekt men over de Dollartmarsch. De vruchtbare bodem in deze polders wordt als Dollardklei betiteld; de vette modder heet Dollardslib.
Het grootste deel van de Dollard is vanaf 1980 omgevormd tot natuurgebied en behoort sinds 2009 tot het Werelderfgoed Waddenzee. Grote projecten als aanleg van een Dollardkanaal en de bouw van de Dollardhaven werden afgelast. De hydrografie van het Eems-Dollardgebied is sterk veranderd door de uitdieping van de Beneden Eems en de aanleg van de Geisedam. Hierdoor is sinds de jaren 90 een slibproblematiek ontstaan, die de economische en natuurlijke waarden van het gebied ernstig bedreigt.
Geografie
[bewerken | brontekst bewerken]Op de grens van Nederland en Duitsland bevindt zich de monding van de Westerwoldse Aa, die hier via het sluizencomplex Nieuwe Statenzijl uitmondt in de Buiten A. Die staat weer via Schanskerdiep in verbinding met de belangrijkste vaargeul van de Dollard, het Groote Gat. De andere hoofdgeul is het Kerkeriet. Beide geulen stromen uit in de Monding van de Dollard. Kleinere wadgeulen zijn Oude Geut, Dwarsgat, Bunderriet en Piksak, vroeger ook (Oude) Beertstermude, Overloop, Stoeteriet, Uikergat, Koert Oomsriet, Heringsriet en Oostergat.
Het eigenlijke Dollardgebied werd vanaf 1870 van de Beneden Eems gescheiden door aanleg van de Geisedam over de zandplaten Geise en Geisesteert,
In de Dollard liggen de zandbanken Heringsplaat, Reiderplaat, Hoogeplaat, Oostfriesche Plaat, Maanplaat, Hoogsand, en. Zuidelijker bevindt zich het slikkengebied De Laagte. Op oudere kaarten is verder sprake van Noordwal, Bolplaat, Koelderplaat, Leegteplaat, Uikerplaat, Diepeplaat en Moeplaat.
Bij laagwater valt ongeveer 78% van de Dollard droog als wad. Tussen dit wad en de zeedijk bevindt zich een strook kwelderland, met een totale omvang van bijna 1100 ha, waarvan 780 ha in Nederland en 300 ha in Duitsland. Aan Duitse zijde worden deze kwelders nog gebruikt door aangrenzende boerenbedrijven voor beweiding en hooiwinning. Aan Nederlandse kant is dat het geval in een gedeelte van 185 ha, dat eigendom is van de Maatschappij tot Exploitatie van het Onverdeelde Munnikeveen B.V. Het agrarische gebruik is onderworpen aan de natuurbeschermingsregels.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De naam Dollard
[bewerken | brontekst bewerken]De naam Dullard komt voor het eerst omstreeks 1494 voor in de kroniek van de abdij van Aduard. Ook de Groningse rector Wilhelmus Frederici noemt De Dullert in 1498/99. De naam is vermoedelijk afgeleid van 'groot gat in de grond, poel', 'kuil' Maar al snel verklaarde men dit uit de 'dolle aard' van de zeeboezem, vanwege 'het gewoel en de heftigheid van de golven en de woedende stormen op die plek' (aldus het Groningse stadsbestuur in 1544), of – zoals Ubbo Emmius het rond 1600 samenvatte – "vanwege de razernij van zijn golven" (a fluctuum rabie).
De naam Dullaert of Dollaert werd sinds de vijftiende eeuw ook gebruikt voor de Braakman in Zeeuws-Vlaanderen, waar volgens sagen in 1377 zeventien dorpen waren verdronken. Hij was vermoedelijk afgeleid van een oudere persoonsnaam, die 'domkop, dwaas, dolkop' betekende.[2]
De naam Ol Tjoard duikt voor het eerst op in het werk van de volkskundige Tjaard W.R. de Haan, die het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog in Wagenborgen doorbracht. "Genadeloos kan hij tekeergaan, vandaar de duistere dreiging in zijn taboe-achtige bijnaam!", schrijft deze auteur in 1950.[3] Het gaat mogelijk om een practical joke die op De Haans eigen voornaam is gebaseerd.[4]

Ontstaan van de Dollard
[bewerken | brontekst bewerken]De Dollard is in de late middeleeuwen ontstaan ten gevolge van meerdere overstromingen en stormvloeden, die het oorspronkelijke veenlandschap grotendeels hebben opgeruimd. Daarbij gingen grote delen van de oude districten Reiderland en Oldambt verloren.
Vroeger meende men – in het voetspoor van Ubbo Emmius – dat de Dollard in het jaar 1277 was ondergelopen. Er werd gedacht aan de Marcellusvloed van het jaar 1362, die in Noord-Duitsland tot veel schade heeft geleid. In historische bronnen is daarover met betrekking tot de Dollard niets te vinden. Daarom wordt tegenwoordig vermoed dat de gebeurtenissen rondom het jaar 1413 hebben geleid tot het ontstaan van de Dollard.Nadat de lage dijken en sluizen tijdens een vetestrijd waren doorgebruiken, slaagde men er niet in deze weer te repareren.
Waarschijnlijk had het gebied al eeuwenlang te maken met wateroverlast, doordat het veenoppervlak te lijden had de van erosie, verwering en bodemdaling (klink). Archeologische vondsten laten echter zien dat bij Bad Nieuweschans, Vriescheloo en Scheemda nog in de vijftiende eeuw een zoetwatermilieu te vinden was. Daarentegen kenmerkte de omgeving van Pogum zich al in de dertiende eeuw door een zoutminnende vegetatie.
Het gebied werd doorsneden door twee rivieren: de Reider Ae en de Munter Ae, die via afzonderlijke sluizencomplexen in de Eems uitmondden. De Groningse kroniekschrijver Johan van Lemego verhaalt dat de sluizen van Reide tijdens een burgeroorlog werden vernield. De tekst suggereert dat dit in 1413 gebeurde, maar uit andere gegevens blijkt dat deze gebeurtenissen zich iets eerder moeten hebben afgespeeld. In de overlevering wordt de naam van de hoofdeling Tidde Wyneda als verantwoordelijke bestuurder genoemd. Mogelijk was de Ceciliavloed van 21 november 1412 voor de Dollarddijken fataal.[5] Zes jaar later zou de zee al het dorp Blijham hebben bereikt. Er ontstond een brakke binnenzee, die zich tweemaal daags vulde en weer leegliep. Het water baande zich met geweld een weg door het resterende veen, dat in zijn geheel –werd opgetild en soms ook wegspoelde naar zee.
De oostelijke Dollardboezem vormde zich in de eerste helft van de vijftiende eeuw. Al in 1454 bouwden de inwoners van het gebied een nooddijk van de Punt van Reide tot aan Finsterwolde. Deze dijk liep van de vaste Eemsoever met een grote boog door het toenmalige laagveengebied naar de hogere zandgronden; hij brak al omstreeks 1466 door, maar de restanten schijnen nog in de 16e eeuw zichtbaar te zijn geweest.[6] De dorpen in dit gebied waren inmiddels verlaten. De westelijke Dollardboezem is vermoedelijk in de jaren na 1470 ontstaan. Hier werden de dorpen verplaatst naar hogere gronden.
Grote delen van het gebied kregen pas met de zee te maken nadat de Cosmas- en Damianusvloed (1509) het zeewater diep landinwaarts had gestuwd. Volgens Ubbo Emmius kregen ook de laaggelegen veengronden bij Midwolda pas toen te maken met het zeewater.[7] Bij deze stormvloed braken ook de zeedijken langs de Beneden Eems, zodat het rivierwater zich door het schiereiland van Nesserland direct naar zee baande via de zogenaamde Frische Ems. Ook hier gingen enkele dorpen op de oude Eemsoever verloren. Latere pogingen van het Emder stadsbestuur om de rivier middels een damwand in zijn oude bed terug te dwingen, werden uiteindelijk opgegeven. De zeearm bereikte zijn grootste oppervlakte rond 1520.
Reconstructie van het verdronken gebied wordt bemoeilijkt door een gebrek aan bronnen. De geïllustreerde kaart die Jacob van der Mersch in 1574 voor het raadhuis van Emden maakte, berust grotendeels op fantasie; hij werd vooral geïnspireerd door Vlaamse voorbeelden. Dat gold vermoedelijk ook voor een oudere kaart uit 1546 in het raadhuis van Groningen, die later verloren is gegaan. Een lijst van 33 verdronken dorpen uit dezelfde tijd is evenmin betrouwbaar; het getal 33 heeft vooral een symbolische betekenis. De Oost-Friese kroniekschrijver Eggerik Beninga had het over 24 verdronken dorpen, wat vermoedelijk dichter bij de waarheid kwam. De belangrijkste bron is een lijst van parochies in het Bisdom Münster van omstreeks 1480. Bij de parochies die vanwege het water verlaten waren, is echter niet altijd duidelijk of ze in het Reiderland of in het Oldambt lagen. De parochies in dat deel van het Reiderland dat tot het Bisdom Osnabrück behoorde, worden uiteraard niet vermeld. Ten slotte zijn er nog twee documenten uit 1391 (in een zestiende-eeuws afschrift) en 1420 bewaard gebleven, die de grensloop van het grensriviertje de Tjamme beschrijven. Omdat het riviertje echter niet over zijn hele lengte samenviel met de grens tussen de beide bisdommen en de landschappen Oldambt en Reiderland, is ook hier verwarring mogelijk. Een handvol dorpen, waaronder Reide en Reiderwolde, wordt vermeld in de goederenregisters van de Rijksabdij Werden uit de negende, tiende en elfde eeuw.

Verdronken Dollarddorpen
[bewerken | brontekst bewerken]Door het ontstaan van de Dollard en de doorbraken langs de Eems zijn minstens twintig kerspelen, tien tot vijftien kleinere buurtschappen en drie kloosters verloren gegaan. Een stuk of twaalf dorpskerken werden een of meer malen verplaatst. De overgeleverde namen van de nederzettingen zijn echter vaak verbasterd.[8][9]
Verdronken zijn de kerkdorpen Kalentwalt of Peterswolde (Culemwoldt Ecclesia sancti Petri = Coldeborgerfehn?), Haxenewalt of Soxumerwold (Hatzumerfehn?), Ditzumerwold, Uterpogum, Utbeerte, het marktplaatsje Torum, Wilgum, Fletum, Berum, Oosterreide, Westerreide, Up-Reiderwolde en Ut-Reiderwolde (met een kapittelkerk), Zentorp, Stockdorp, Tijsweer, Zwaag, Ooster-Finsterwolde, Ulsda, Megenham, Wynedaham, Houwingahof of Houwingagast, Houwingaham en misschien de vrijwel onherkenbaar verbasterde dorpsnamen Haxne of Soxum, Siweteswere, Poel, Rodendebord en Katelmesincke. Verder de buurtschappen Dunelee (Duinkerken bij Marienchor?), Garmede of Medum, Wynham, Jarde (Bundergaarde), Bonewerda (Boen bij Bunde?), Ockeweer, Astock, Torpsen, De Lidden, Gaddingehorn, Fiemel en misschien Ayckaweren, Stocksterhorn, Exterhuis, Jansum en Homborg.
Ten slotte de kloosters Palmar (Porta Sanctae Mariae), Oosterreide en Menterwolde (Campus Sylvae) met de kapel De Olde Stoeve. Of de dorpen Beda, Kapeldaberto, Oosterbeerte, Ludgerskerke, Meerhusen, Marckhusen, Hakkelsum, Harmeswolde en Harkenborg werkelijk hebben bestaan, mag worden bewijfeld, omdat de namen van deze dorpen niet in schriftelijke bronnen uit die tijd te vinden zijn. Bij de eerste drie gaat het wellicht om Beerta en Ulsda, Ludgerskerke verwijst mogelijk naar Holtgaste of Westeel, bij de laatste drie gaat het eerder om verbasterde toponiemen die uit oudere lijsten zijn overgenomen.
De kerkdorpen Nesse, Kirchborgum (Huweghenborch), Bingum (Oengum) en het kloostervoorwerk Goldhoorn (bij Finsterwolde) worden ten onrechte tot de verdronken dorpen gerekend. Andere voormalige veendorpen zijn mogelijk al ver vóór de Dollardinbraak verlaten; hun namen duiken pas achteraf in de lijsten van verdronken dorpen op.
Een stuk of twintig nederzettingen verhuisde vanwege de overstromingen naar hogere gronden: Marienchor (Krytzemewalt), Böhmerwold (oorspronkelijk wellicht *Bentumerwolde, met een moederdorp in de omgeving van Bentumersiel), Sankt Georgiwold (Upwolde), Weenermoor, Wymeer, Hamdijk (Houwingaham oftewel Utham), Den Ham (Upham oftewel Nyeham), Bellingwolde, Vriescheloo, Blijham, Winschoten-Sint-Vitusholt en Bovenburen, Beerta, Finsterwolde, Oostwold, Midwolda (Ol Kerke), Scheemda (Ol Kerkhof), Meeden, Muntendam en misschien ook de voorlopers van Boen (Bonewerda) en Bunderhee. De kerkdorpen Noordbroek en Zuidbroek en mogelijk ook Holtgaste (Widufliatun?) en het klooster Dünebroek werden al eerder verplaatst.
De enige kerkdorpen rond de Dollard die nog op hun oorspronkelijke plek liggen zijn Bunde (Bunwyda), Eexta, Wagenborgen, Westerlee en Winschoten (Winsewida?), allen gelokaliseerd op een hoge zandkop of garst.
Jarde, Lietsland, Tornum, Utbeerte en een paar hoge kwelders bij de Punt van Reide (Addenheem, Bousick, De Lidden, Esch, Gare) waren in de zestiende eeuw nog als eilanden voorhanden; Uterpogum (De Blinken), Garmede, Ludeblencke, Munnikeveen en Nesserland nog in de 17e of het begin van de 18e eeuw.
Dollardpolders
[bewerken | brontekst bewerken]
Tot 1509 maakte de Eems ter hoogte van de huidige Dollard een grote bocht noordwaarts. Aan de noordelijkste punt werd de stad Emden aangelegd. Ten gevolge van de uitbreiding werd het schiereiland Nesserland dat tegenover de stad lag, afgesneden en volgde het stroombed een natuurlijke oost-westroute, op geruime afstand ten zuiden van Emden. De oude noordelijke rivierarm slibde dicht, waardoor de haven steeds minder toegankelijk werd. Door middel van een ongeveer 4,5 km lange damwand van eikenhouten heipalen, het Nesserlander Hoofd, probeerde het stadsbestuur van Emden vanaf 1581 deze nieuwe stroomgeul te blokkeren. Deze pogingen werden in 1631 gestaakt. Nesserland werd samen met de rest van het havengebied ten zuiden van Emden en de bocht van Wybelsum in de 19e eeuw en vroege 20e ingepolderd, waarbij het land werd opgehoogd met baggerslib.
Zolang het schiereiland Nesserland met het vasteland in verbinding stond, werd het vloedwater, soms aangejaagd door de stormwinden, hoog opgestuwd in de Dollardboezem. De zee kwam tot Wedderveer, Muntendam en Siddeburen. Na de doorbraak van 1509 kon het water gemakkelijker stroomopwaarts via de Eems wegstromen zodat de druk op de Dollard afnam. Er begon een verlandingsproces dat er al snel toe leidde dat grote stukken kwelder al vóór het midden van de zestiende eeuw konden worden bedijkt. De zware, maar vruchtbare Dollardklei maakte het Oldambt tot een van de bloeiendste landbouwgebieden van Nederland.
Na talrijke inpolderingen vanaf de zestiende eeuw is Dollard tot een derde van zijn oorspronkelijke oppervlakte geslonken. De laatste inpoldering aan Duitse zijde is de Kanalpolder uit 1877. Aan Nederlandse zijde volgden nog de Johannes Kerkhovenpolder (1878), de Carel Coenraadpolder (1924) en de polder Breebaart (1979). De meest noordelijke polders hebben een eigen karakter en worden wel de Dollardpolders genoemd. De aanleg van een buitendijks kanaal, het Dollardkanaal, werd na felle protesten van natuurbeschermingsorganisaties in 1974 stilgelegd.
| Westelijke Dollardboezem | Jaar | Oostelijke Dollardboezem | Jaar | Duitsland | Jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Veendijk en Zomerdijk | 1469 | Dijk van Westerreide naar Finsterwolde | 1454 | Dyksterhusen | ca. 1450–1500 |
| Wagenborgen (Weerland) | ca.1520 | Finsterwolde (Modderlanden, Veenhuizen) | ca. 1525 | Wymeer en Boen | ca. 1525 |
| Zuidbroek (Zuidbroeksterhamrik, Zuidbroekbuiten), Muntendam (Tussenklappen) | 1527 | Den Ham (Bovenlanden) | ca. 1525 | ||
| Meeden (Wester- en Oosterlanden) | ? | Hamdijk (Binnenlanden) | ca. 1525–1550 | Bunde (Swallich- of Swelch), Bunderhee (Sanddiek) | ca. 1525–1550 |
| Noordbroeksterhamrik, Noordbroek, Zuidbroek (Uiterburenbuiten) | ? | Beertsterhamrik (Binnenlanden) | ca. 1525–1550 | ||
| Scheemder-, Midwolder-, Oostwolder- en Wagenborgerhamrik (zomerdijk, winterdijk 1573/74) | 1542 | Blijham (Oude dijk) | 1544 | ||
| Meeden (Buitenland of Noorderlanden), Westerlee (Lagemeeden), Eexterhamrik, Scheemda | ? | Bunderhammrich (Reiderhammrich) | ca. 1550 | ||
| Midwolda (Kerkelaan) en Oostwold | 1558 | Blijham (Binnenlanden), Bellingwolde (Nieuwe Landen) | 1562 | ||
| Scheemderhamrik | 1574 | Finsterwolderhamrik | 1571 | ||
| Scheemderzwaag | 1596 | Tusschendijken (Blijham) | ca. 1579 | ||
| Oudland (Scheemder Ackertallen) | 1626 | Buitenlanden (Beerta) | 1606[10] (?) | Bunderneuland | 1605 |
| (Oudeschansker) Uiterdijken | 1631 | ||||
| Oud-Nieuwland (eerste Midwolderpolder) | 1665 | Uiterdijken (NIeuw-Beerta) | 1657 | ||
| Linteloopolder | 1682 | Charlottenpolder | 1682 | ||
| Nieuwland (tweede Midwolderpolder) | 1701 | Kroonpolder | 1696 | Süderpolder, Bunder Interessentenpolder en Norder-Christian-Eberhards-Polder | 1707 |
| Oostwolderpolder | 1769 | Stadspolder | 1740 | Süder-Christian-Eberhards-Polder | 1708 |
| Finsterwolderpolder | 1819 | ||||
| Reiderwolderpolder I | 1862 | Reiderwolderpolder II | 1874 | Landschaftspolder | 1752 |
| Johannes Kerkhovenpolder | 1878 | Heinitzpolder | 1796 | ||
| Carel Coenraadpolder | 1924 | Kanalpolder | 1877 | ||
| Breebaartpolder | 1979 |
De oudste dijken in de westelijke Dollardboezem worden gewoonlijk op 1545 en 1597 gedateerd. Deze jaartallen zijn ontleend aan een verloren Dollardkaart van Ludolph Tjarda van Starkenborgh, omstreeks 1680, die werden overgenomen op de provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781 en de voorstudies daarvoor.[11] De poldercontracten dateren echter uit 1542, 1573 en 1596.[12] Volgens een akte uit 1596 is de dijk nog datzelfde jaar voltooid.[13]
Natuurgebied
[bewerken | brontekst bewerken]
Werelderfgoed
[bewerken | brontekst bewerken]De Dollard is sinds de jaren tachtig een beschermd natuurgebied en maakt sinds 2009 deel uit van het UNESCO‑werelderfgoed Waddenzee. Het grootste deel van het gebied valt tevens onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen in het kader van het netwerk Natura-2000 waardoor het de hoogst haalbare beschermingsstatus binnen de Europese wetgeving heeft. De beschermingsgeschiedenis verschilt per land: het Duitse deel van het Waddengebied kreeg al in 1982 een formele beschermingsstatus.
De vaargeul van de Eems is buiten de werelderfgoednominatie gehouden, omdat dit open water een intensief gebruikte scheepvaartroute vormt naar de zeehavens van Emden en Delfzijl, wat niet verenigbaar is met de natuurlijke criteria die UNESCO hanteert.
Het totale beschermde gebied bestaat uit een dynamisch landschap van kwelders, slikken, zandplaten, wadden, wadgeulen en open water. De kwelders bestaan vooral uit zeeastervelden en zilt grasland met zoutminnende planten als zeekraal, schorrenkruid en zeealsem. Rond de monding van de Westerwoldse Aa heeft zich bovendien een uitgestrekt en uniek brakwaterrietmoeras gevormd.
Het Duitse deel van de Dollard (2250 hectare), aanvankelijk zonder de noordrand) werd in 1976 erkend als wetland van internationale betekenis onder de Conventie van Ramsar. In 1982 kreeg het gebied de status van Naturschutzgebiet (beschermd natuurgebied), en in 1986 werd het aangewezen tot (Europees) vogelreservaat. SInds 2000 maakt het gebied deel uit van het Nationaal Park Niedersächsisches Wattenmeer, waar het is ingedeeld bij de strengste beschermingszone (Ruhezone I). Het Dollardgebied werd tussen 1999 en 2001 aangewezen als Flora- en Faunahabitatgebiet (FFH-Gebiet) en in 2004 definitief erkend. In 2013 (formeel 2017) werd het beschermde gebied uitgebreid met het habitatgebied Unterems und Außenems, waarin in 2019 de natuurgebieden Unterems en Außenems een formele status kregen.
De Duitse kwelders (300 hectare), buitendijkse gronden en dijken zijn grotendeels staatseigendom, in dit geval van de deelstaat Nedersaksen. Het land wordt door de overheid – namelijk het Niedersächsischer Landesbetrieb für Wasserwirtschaft, Küsten- und Naturschutz – beheerd en verpacht aan boeren uit de naburige polders. Zij gebruiken de buitendijkse kwelders voor begrazing en hooiwinning, maar hun activiteiten worden sinds aanwijzing als natuurgebied in toenemende mate beperkt ten behoeve van de vogelbescherming.
Het Nederlandse deel van de Dollard valt sinds 1981 onder de Natuurbeschermingswet en werd in 1984 erkend als wetland van internationale betekenis volgens de Conventie van Ramsar. In 1991 werd het vogelrichtlijngebied Dollard ingesteld, dat in 2009 werd opgenomen in het grotere Natura-2000-gebied Waddenzee. Daarnaast het gebied Eems-Dollard in 2017 aangewezen als de habitatrichtlijngebied, waarmee het deel ging uitmaken van het volledige Natura‑2000‑netwerk.
Het Nederlandse deel is sinds 1981 voor ruim de helft aangekocht door Natuurmonumenten en het Groninger Landschap (samen 3846 hectare). Natuurmonumenten beheert vooral de slikken, platen en het open water, terwijl het Groninger Landschap verantwoordelijk is voor ruim 400 ha kwelders, samen met de Polder Breebaart en de Punt van Reide. De kwelders worden extensief begraasd door ongeveer 300 tot 400 Limousin-runderen, die ervoor zorgen dat het landschap niet verruigt en dat er 's winters voldoende kweldergras beschikbaar blijft voor de grote aantallen doortrekkende ganzen.
Zo'n 1250 hectare – waarvan bijna 200 hectare kwelders – zijn eigendom van twee particuliere ondernemingen, de Maatschappij tot Exploitatie van het Onverdeelde Munnikeveen B.V. en N.V. Johannes Kerkhovenpolder. DDeze kwelders, vrijwel allemaal behorend tot het Munnekeveen, worden verpacht en gebruikt als weiland voor runderen en schapen. Het beheer is minder extensief: de begreppeling wordt actief in stand gehouden om verruiging door riet tegen te gaan.[14] Het overige deel van het Dollardgebied is rijksgrond (Rijksvastgoed/Rijkswaterstaat) en bestaat voornamelijk uit open water en vaargeulen.
In de Dollard leven ongeveer 160 zeehonden, vooral bij de Punt van Reide, waar ze vanuit de Zeehondenkijkwand bij het Bezoekerscentrum Dollard goed te zien zijn..
Vogelgebied
[bewerken | brontekst bewerken]De Dollard is een belangrijk vogelgebied, met name vanwege belangrijke populaties van de bonte strandloper, brandgans, grutto, kluut, kolgans, rietgans, rosse grutto, tureluur, wintertaling, zilverplevier, zwarte ruiter en andere watervogels.[1] Het Duitse deel is sinds 1986 beschermd als vogelgebied, het Nederlandse sinds 1991. BirdLife International heeft beide delen in 1989 aangewezen als Important Bird Area, het Nederlandse deel als onderdeel van de Waddenzee.[15][16]
Geisedam
[bewerken | brontekst bewerken]Aan de noordkant worden Dollard en Eems van elkaar gescheiden door de Geisedam (ook wel Geise-Leitwerk of -Trennwerk), een stelsel van kribben en strekdammen langs de Beneden Eems over de zandbank Geise. De dam werd tussen 1870 en 1890 aangelegd om verdere verplaatsing van de rivier en het dichtslibben van de vaargeul tegen te gaan.[17] Hierdoor ontstond een 1 tot 3 km brede kunstmatige oeverwal (de Geiserücken), die de getijdenwerking in de Dollard begrenst en afhankelijk maakt van de instroom vanuit de Waddenzee. Het eerste tracé had een lengte van in totaal 6 km en werd gebouwd onder toezicht van de Pruissische rijkswaterstaat. In 1932-1933 werd de strekdam verlengd en verzwaard, en in de jaren 1958 tot 1964 volgde een verdere uitbouw, waarbij een nieuwe dam – dichter bij de rivier – werd voorzien van steenglooiing en doorgetrokken tot Pogum over een lengte van 11 km. Plannen om hier een buitendijkse Dollardhaven aan te leggen, werden in 1988 afgeblazen (zie onder).
Dollardkanaal
[bewerken | brontekst bewerken]Na de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om grote delen van het Dollardgebied in te polderen. In 1951 werd de Dollard-commissie onder voorzitterschap van oud-gedeputeerde Edzo Ebels ingesteld, die in 1953 met een geheim rapport kwam waarin inpoldering werd voorgesteld. In het vervolg daarvan werd ook nagedacht aan de aanleg van een buitendijks scheepvaartkanaal, dat de Winschoten beter toegankelijk moest maken voor zeeschepen van tot 1500 ton. Door de bouw van een nieuwe zeesluis bij de Punt van Reide zou de ontwatering van het achterland verbeteren, terwijl tevens de zeedijk op hoogte zou kunnen worden gebracht. In 1963 kwam de Eems-Dollard-commissie met een nieuw advies, waarin men in het midden liet of het kanaal binnen- of buitendijks zou moeten worden aangelegd. Het alternatief van een binnendijks kanaal stuitte echter op verzet in boerenkring. Liever wilde men 1000 ha land inpolderen. In 1964 werd er in Oost-Groningen volop actie gevoerd voor de inpolderingsplannen.
Sinds het einde van jaren zestig groeide echter de waardering voor de Dollard als internationaal natuurgebied. Er bestond vooral angst dat de Nederlandse indijkingsplannen het leefgebied van de kluut zouden aantasten. Hoewel er al een sluizencomplex bij de Punt van Reide was gebouwd, besloot het kabinet-Den Uyl in 1974 de indijkingsplannen op te schorten en de voorrang te geven aan verdergaande beschermingsmaatregelen. De Polder Breebaart werd in 1979 wel voltooid, maar ingericht als natuurgebied. In 1999 werd in het kader van natuurontwikkeling een duiker aangelegd, waardoor de waterstand in de polder weer onder invloed staat van het getij en verzilting en verbrakking optreedt.
Dollardhaven
[bewerken | brontekst bewerken]Grote onrust ontstond door Duitse plannen voor een buitendijkse Dollardhaven in de jaren 70, ter grootte van 700 ha. Het Emder vaarwater zou aan twee kanten worden afgesloten met zeesluizen, waardoor een besloten havenbekken voor schepen tot 70.000 ton BRT zou ontstaan. De geplande haven werd aan de zuidkant begrensd door de Geisedam, die inmiddels aanmerkelijk was opgehoogd. De hoofdstroom van de Beneden Eems zou tegelijkertijd via de Dollard worden omgeleid. Vanwege de hoge kosten werd de werkzaamheden aanvankelijk uitgesteld. Milieuorganisaties maakten bezwaar en ook de havensteden Bremen en Hamburg verklaarden zich tegen het plan. Hoewel de Duitse regering hiervoor via het Kooperationsvertrag Ems-Dollart in 1984 overeenstemming met Nederland bereikte, werd het megaproject in 1988 om financiële redenen afgeblazen. Ook het grootschalige Vorhafen-Projekt, dat voorzag in nieuwe havenfaciliteiten bij de Rysumer Nacken werd in 1994 vanwege de hoge kosten opgegeven. Nieuwe plannen uit de jaren 2010 tot 2014 bleven in de beginfase steken.
Slibproblematiek
[bewerken | brontekst bewerken]Het Eems-Dollardgebied heeft ernstig te lijden onder troebel water (hyperturbidity) en ophoping van vloeibaar slik (fluid mud) in het brakwatermilieu.[18] Dit heeft ernstige gevolgen voor de scheepvaart, de visserij en de lokale ecologie, omdat het gebrek aan zonlicht de algengroei – de basis van de voedselketen – blokkeert. Zo heeft zich op de bodem van de Beneden Eems inmiddels een sliblaag van enkele meters gevormd. Er is hier weinig bodemleven overgebleven. Ook in de Dollard heeft men hoge slibconcentraties gemeten (tot 160 mg/l). Het verdwijnen van schelpdierbanken en zeegrasvelden wordt vooral aan het troebele water geweten.
Het probleem is ontstaan door de verdergaande uitdieping van de Eemsvaargeul en de uitwisseling van water en slik met de Dollard. In de Eemsmonding wordt jaarlijks 8 tot 12 cubieke meter slib gebaggerd, meer dan in de rest van de Nederlandse Waddenzee. Het proces van vertroebeling en sedimentatie volstrekt zich vooral via de Geisedam, wanneer deze bij hoogwater overstroomt. Hydrologen omschrijven deze waterbeweging als een residuele circulatiecel, die fungeert als een constante hydraulische motor voor slibtransport. Binnen deze cel wordt het water en slib in een vicieuze cirkel tussen de Dollard en de Eemsvaargeul rondgepompt, wat de vorming van vloeibare sliblagen blijft voeden.[19] Kennis over deze processen werd vooral verkregen door onderzoek van Rijkswaterstaat en Royal Haskoning, in samenwerking met andere Nederlandse en Duitse partners binnen het Ems Dollard Measurements project (EDoM).[20]
Verschillende nationale en grensoverschrijdende programma's, waaronder Eems-Dollard 2050, proberen de slibproblematiek aan te pakken via herstelmaatregelen, zoals slibwinning en bevordering van kweldervorming. Van radicale, grootschalige ingrepen in het hydrodynamische systeem – zoals het structureel verhogen van de Geisedam of het volledig weggraven van de onderzeese Geiserücken – is vooralsnog geen sprake.
Eems-Dollard 2050
[bewerken | brontekst bewerken]Eems-Dollard 2050 (ED2050) is een provinciaal programma voor herstel van de natuur en versterking van de economie in de Eems-Dollard estuarium, gestart in 2016.[21][22] De provincie Groningen werkt hierin samen met gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat, natuurorganisaties en bedrijven. Het programma heeft tot doel natuurlijke leefgebieden te herstellen en uit te breiden, veiligheid ten opzichte van overstromingsrisico's te bevorderen, en tegelijkertijd nieuwe kansen te bieden aan de regionale economie. Dat laatste door het bevorderen van innovatieve, circulaire oplossingen. Het gaat daarbij onder andere om klimaatadaptie (vanuit het concept 'meegroeiende kust') en het tegengaan van vertroebeling van het open water in het estuarium. Meerdere pilotprojecten worden uitgevoerd om slib op te vangen en uit het water te halen, bijvoorbeeld middels dubbele dijken en kwelderwerken.
In de afgelopen eeuwen zijn grote gebieden rond de Eems-Dollard ingepolderd, waardoor er weinig ruimte is voor slib om te bezinken. Bovendien zijn de vaargeulen over tijd dieper en breder gemaakt, waardoor de vloedstroom een stuk sterker is dan de ebstroom. Het gevolg is dat er nu te veel slib in het water zit, wat negatieve gevolgen heeft voor de voedselketen.[23] Om dit slibprobleem aan te pakken, werken overheden, natuur- en milieuorganisaties en bedrijven samen in het Programma Eems-Dollard 2050. Dit moet bijdragen aan het ecologisch herstel van het gebied.[24] Daarnaast zijn de projecten bedoeld als voorbeelden van sedimentatie bevorderende strategieën, omdat het bezonken slib bij kan dragen aan verhoging van het land. Dit tevens is relevant in het licht van zeespiegelstijging en bodemdaling.
Landsgrens
[bewerken | brontekst bewerken]
De grens tussen Nederland en Duitsland loopt door de Dollard. De twee landen verschillen van mening over het verloop van die grens. Volgens de Nederlandse opvatting loopt die grens vanaf Nieuwe Statenzijl loodrecht naar de Eems, om daarna het midden van de stroom te volgen. Volgens de Duitse opvatting is de Eems in zijn geheel Duits grondgebied, tot aan de westelijke oever vanaf de Punt van Reide tot de Eemshaven.
Tot ver in de middeleeuwen maakte het hedendaagse Dollardgebied deel uit van het landschap Reiderland. Kerkelijk was het gebied verdeeld onder de bisdommen Münster en Osnabrück. De grens tussen Reiderland en het aangrenzende landschap Oldambt werd (grotendeels) gevormd door het veenriviertje de Tjamme.
Nog vóór de eerste doorbraak van de Dollard viel het Reiderland uiteen in twee invloedssferen. De dorpen ten oosten van de Reider Ee sloten zich aan bij Oost-Friesland. Deze rivier vormde de voortzetting van de Pekel A en de Westerwoldse Aa; hij mondde uit in de Eems bij de Punt van Reide. In 1427 bekrachtigden de dorpen in Reyderland op der wester zyd der Ee een zoenbrief met de hoofdeling Haije Addinga van Westerwolde.[25] Twee jaar later werkten beide delen van het Reiderland samen in een poging de zeedijken te herstellen en in 1435 stelden de dorpen Winschoten en vermoedelijk ook Beerta zich onder bescherming van de stad Groningen. In een vervalste akte uit het midden van de 16e eeuw, gedateerd op 1454, wordt later de Aa (Aha) genoemd als grens van het graafschap Oost-Friesland.[26] De buitendijkse stroomgeul van de Aa in de Dollard gold sinds de 16e eeuw als de (lands)grens tussen de Nederlanden en het Duitse Rijk.
Ook na de doorbraak van de Dollard had de stroomgeul van de Reider Ae vermoedelijk een redelijk stabiel verloop, totdat deze aan het begin van de achttiende eeuw naar het noordwesten begon te verschuiven. De stad Groningen bouwde toen een rijsdam om de buitengeul van de Aa weer naar het oosten te dwingen. De Oost-Friese vorst protesteerde daar weer tegen, omdat hij zijn aanwasrecht rond het verdronken eiland Garmede aangetast zag. In 1723 werd het conflict bijgelegd door het vastleggen van een kaarsrechte grenslinie vanaf de monding van de Aa bij Oude Statenzijl, roijende op de kerke van Nesserland, een kweldereiland bij Emden.[27] Voor een nadere bepaling werden enkele dukdalven geplaatst die de grens in NNO-richting aangaven. Dit paalwerk raakte spoedig in verval, zodat nieuw overleg nodig was. Het grillige verloop van de waterstromen in Eems en Dollard leidde ook daarna herhaaldelijk tot conflicten en is nooit afdoende en tot volle tevredenheid van beide landen afgewikkeld.
De grenslijn "door den Dollard tot aan de Eems" werd opnieuw bevestigd in het Verdrag van Meppen, dat in 1824 werd grgesloten tussen de koninkrijken Nederland en Hannover.[28][29] Na vaststelling daarvan ontstonden nieuwe geschillen over de gronden die Groningen bleef claimen in Hannover en over de precieze ligging van de eerste grenssteen. Waar Nederland er vanuit ging dat de voortzetting van de grenslijn midden door de Eems zou lopen, meende men in Duitsland dat ook de zuidelijke rivieroever vanaf de zandbank Geise tot aan de Punt van Reide onder Duitse soevereiniteit viel. Nederland heeft zich in dit conflict met de machtige Duitse nabuur altijd terughoudend opgesteld. Pas in 1960 is de kwestie geregeld via het Eems-Dollardverdrag. Het omstreden gebied langs de Eemsstroom wordt nu gemeenschappelijk beheerd. Ook het Nederlandse deel van de Dollard valt onder de bepalingen in het verdrag.
De visserij op de Dollard vormde een potentiële bron van conflict. In 1913 kregen de ‘vischopzieners’ te Nieuwe Statenzijl en Finsterwolde van rijkswege een motorboot ter beschikking, zodat ze beter controle konden houden op de Duitse vissers. In de jaren 30 waren er problemen tussen garnalenvissers uit Finsterwolde en Dyksterhusen. Ook wilde men van Nederlandse zijde de Duitse landaanwinnig beter in de gaten houden. In 1936 werd daarom het plan opgevat om met Duitse medewerking drie grenspalen in de Dollard te plaatsen. Slechts één daarvan – grenspaal 204 – is gerealiseerd in de winter van 1938/39, in de vorm van een twalf meter hoge dukdalf. De bouw kostte 9000 gulden en werd uitgevoerd door een aannemer uit Beerta. De paal hielp sindsdien de vissers hun terroitorium te bepalen. Het monumentale bouwwerk is in slechte staat, maar is nog altijd aanwezig. Het baken bevindt zich op de Maanplaat voor de dijk van de Kanalpolder en is te voet vrijwel niet bereikbaar.[30]
Bezienswaardigheden
[bewerken | brontekst bewerken]Bij Pogum-Dyksterhusen, aan de oostkant van de Dollard, bevindt zich een verlaten boorplatform in de Dollard, bereikbaar via een kilometer lange dijk. Hier werden in 1964 proefboringen naar aardgas uitgevoerd. Van hieruit heeft men tegenwoordig een prachtig uitzicht over de gehele Dollard. Bij vloed kan hier worden gezwommen en gesurft (zonder toezicht). Het is het meest westelijke punt van de Duitse gemeente Jemgum. De toegangsdijk en de grote parkeerplaats zijn tussen 9 uur 's ochtends en 10 uur 's avonds te gebruiken.
Rond het boorplatform vindt ieder jaar een sliksleewedstrijd (Kreierrennen) plaats. De slikslee werd door vissers in het waddengebied gebruikt om zich over het wad te kunnen verplaatsen. Tegenwoordig wordt deze vorm van vissen nauwelijks meer uitgevoerd.
Op de landsgrens bij Nieuwe Statenzijl, waar de Westerwoldse Aa in zee uitmondt, staat de vogelkijkhut 'Kiekkaaste' die het hele slikkengebied overziet. Bij Termunten, niet ver van de Punt van Reide bevindt zich het Bezoekerscentrum Dollard van Het Groninger Landschap. Een uitkijktoren geeft hier zicht op de Polder Breebaart, terwijl een zeehondenkijkwand een blik biedt op de leefwereld van de zeehonden. In de polder bevindt zich tevens een vogelkijkhut. Een ander uitzichtspunt is de dijkovergang bij het Ambonezenbosje in de Carel Coenraadpolder.
Allerlei
[bewerken | brontekst bewerken]- Dollart is een plaats of Ortschaft met meerdere dorpskernen in Nedersaksen. Het was tot 1971 een zelfstandige Samtgemeinde, daarna een Ortsgemeinde in de Samtgemeinde Bunde, in 2001 opgegaan in de huidige gemeente Bunde.
- Eems-Dollard Regio is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van regionale overheden in Noord-Nederland en Nedersaksen.
- Het Eems-Dollardverdrag is een bilaterale overeenkomst uit 1960, bedoeld om het gemeenschappelijke beheer van het door Duitsland en Nederland geclaimde deel van het Eems-Dollard estuarium te reguleren
- Dollard College is een scholengemeenschap, gevestigd te Winschoten, eerder bekend als Winschoter Scholengemeenschap.
- Dollardzijlvest was een waterschap in Oost-Groningen dat bestond van 1992 tot 2000 en is opgegaan in het waterschap Hunze en Aa's.
- De Internationale Dollardroute is een fietsroute van 354 km door Nederland en Duitsland. Hij is verdeeld in zeven etappes van 40 tot 58 kilometer per dag
- Bezoekerscentrum Dollard te Termunten is een instelling van Het Groninger Landschap, waar informatie over de natuur in de Dollard wordt gegeven.
- Coöperatieve Stroocartonfabriek "De Dollard" is de oude naam voor de kartonfabriek Kappa Triton te Bad Nieuweschans, gesticht in 1888.
- De Vereniging "Dollard Tarwe" is een agrarische belangenorganisatie die zich sinds 1986 bezighoudt met de teelt en afzet van tarwe, met name baktarwe, uit het Dollardgebied. De vereniging is ontstaan uit de Tarwestudieclub Nieuwolda, opgericht in 1979.[31]
- DOC DollardCenter is een grootschalig winkelcentrum in Emden
- De Dollard is de naam van tientallen verdwenen en nog bestaande firma's in Oost-Groningen, waaronder de voormalige Rabobank De Dollard en de Manege "De Dollard" te Winschoten.
- OBS de Kleine Dollard is een basisschool te Winschoten.
- De Kleine Dollard is een voormalige visvijver tegenover de Ennemaborg te Midwolda, die sinds de 19e eeuw in gebruik is als ijsbaan. De vijver is voor 1800 ontstaan door het winnen van baggerturf. De IJsclub Dollard wordt genoemd in 1885. Nu wordt de ijsbaan beheerd door de ijsvereniging Eigen Kracht.
- Marine Flak Batterie Dollart-Süd was gedurende de Tweede Wereldoorlog een geschutpost voor luchtafweer in de Carel Coenraadpolder.
- Straatnamen met Dollard of Dollart komen niet alleen in de directe omgeving, maar ook veelvuldig elders in Nederland en Duitsland voor.
- Meerdere boerderijen hebben een naam die ontleend is aan een van de verdronken Dollarddorpen, zoals Donella, Reidewoldt, Palmar-plaats, Torpsum en Torum (in de Westpolder).
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- Jacob van der Mersch en de Dollardkaart van 1574
- Eems-Dollardestuarium
- Eems-Dollardkwestie
- Programma Eems-Dollard 2050
- Dollart, plaats in de gemeente Bunde
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Actuele informatie - Rijkswaterstaat
- Het Groninger Landschap - De Dollard
- IVN Westerwolde-Oldambt: Dollardkolken Project
- Overzicht van alle middeleeuwse dorpen in het Dollardgebied
- Programma Eems-Dollard 2050. Provincie Groningen (2021).
- Otto S. Knottnerus, Historische geografie van het Dollardgebied (2003).
- Heimatkundlicher Arbeitskreis e.V: (Rheiderland), Die untergegangenen Dörfer im Dollartgebiet. Auflistung und Beschreibung, 2010
- Anton Tiktak, Wiede leegte mit daipte. Arte del Norte (2009). (videofilm over landschap en geschiedenis van het Oldambt als bijlage bij Cees Stolk, Moi! Welkom in Oldambt, 2009)
- Anton Tiktak, Stilte na de Storm: woarst doe op blode vouten in de Dollert staist. Arte del Norte (2011). (videofilm voor het Archeologisch Informatiepunt Dollardboezem te Bad Nieuweschans)
Historische kaarten
[bewerken | brontekst bewerken]- Tweedegraads-kopie van de Dollardkaart uit 1574 door Jacob van Cleeff, 1827(Rijksuniversiteit Groningen uklu 01-17-12).
- Plaatsnamen op de kaart van Johannes Florianus (1592), gebaseerd op de Dollardkaart van 1574
- Kaarten van het verdronken Dollardgebied (RuG): 1664 (kopie 19e eeuw) 1722 (kopie 1827) 1734 1735
- Franz J.J. von Reilly, Der Meerbusen Dollart Nro. 641, 1797 (naar Theodorus Beckeringh, 1781) (ook hier)
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- K. Essink (red.), Stormvloed 1509. Geschiedenis van de Dollard, Groningen: Stichting Verdronken Geschiedenis 2013 (gearchiveerd 31 maart 2016), hierin o.a.
- p. 31-44: P.C. Vos en E. Knol, 'Ontwikkelingsgeschiedenis van het Dollardlandschap'
- p. 61-75: J. Ey, 'Middeleeuwse opstreknederzettingen in het oostelijk Dollardrandgebied'
- p. 75-94: J. Molema, 'De middeleeuwse kerk van de veenontginningsnederzetting Midwolda'
- p. 95-116: O.S. Knottnerus, 'Dollardgeschiedenis(sen) – Mythe en realiteit'
- p. 117-126: E. Knol, 'Nooit verdwenen Dollardland'
- p. 127-135: D.O. Steen, 'De Nederlands-Duitse grens in het Dollardgebied'
- Carla Alma, Dollard, een dijk te ver, Bedum 2017
- Beschrijving van de provincie Groningen behorende bij de waterstaatskaart, bewerkt bij de Directie Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat, Den Haag 1961, p. 26-32, 218-222 en kaart nr. V (Bedijkingen in het Dollardgebied)
- Daniel Curtis, 'Danger and Displacement in the Dollard: The 1509 Flooding of the Dollard Sea (Groningen) and Its Impact on Long-term Inequality in the Distribution of Property', in: Environment and History 22 (2016), p. 103-135
- G.B. Engelen, ‘Oude dijken in de westelijke Dollardboezem', in: Tijdschrift Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap 2e serie 82 (1965), p. 72–82
- Karel Essink, ‘Onrust in de Dollard. Een visserijconflict uit 1911-1933’, in: Tijdschrift voor Historische Geografie 4 (2019), 235-249
- S.J. Fockema Andreae, Studiën over waterschapsgeschiedenis, deel 6: Oostelijk Groningen, Leiden 1950
- Henny A. Groenendijk & Wolfgang Schwarz, 'Mittelalterliche Besiedlung der Moore im Einflußbereich des Dollarts: Ergebnisse und Perspektiven', in Archäologische Mitteilungen aus Nordwestdeutschland 14 (1991), p. 39-68
- Henny Groenendijk en Rolf Bärenfänger, Gelaagd landschap. Veenkolonisten en kleiboeren in het Dollardgebied, Bedum 2008 (Archeologie in Groningen, dl. 5). Duitstalige uitgave onder de titel: Mehrschichtige Landschaft. Moorkolonisten und Kleibauern im Dollartgebiet (2008)
- Tjaart W.R. de Haan, 'De Dollart in het volksverhaal', in: Driemaandelijkse Bladen 2 (1950), p. 120-124
- Herre Halbertsma, Overzicht van de stand van het oudheidkundig onderzoek in de Dollardgebieden, in opdracht van de "Dollard-Commissie" verricht, ongepubliceerd stencil, Amersfoort 1951
- Herre Halbertsma, 'Sporen van verdronken dorpen en verlaten Cisterciënser kloosters. Dollardgebieden (Groningen)', in: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Nederland 3 (1952), p. 18-20
- Herre Halbertsma, 'Smalagonia. Bijdrage tot de geschiedenis van het Oldambt', in: De Vrije Fries 42 (1955), p. 118-131
- Hendrik van der Ham, Aad J. Langbroek en Gerrit Smit, Het verhaal van de kolken in het Dollardgebied, Assen 2024
- Jost Kirchhoff, Über den Strassen von Torum. Die Dollart, versunkene Stätten, verwaschene Spuren, Weener 1982, 2e dr. 1992
- Jost Kirchhoff, Im Atem der Gezeiten. Dollartfischer zwischen Abenteuer und Mühsal, Leer 1990
- Jost Kirchhoff, Fischfang auf dem Wattengrund. Die fremde Welt im Tidenstrom, Spurensuche in der Dollartgeschichte, Weener 1992
- Otto S. Knottnerus, 'Verdronken dorpen', in: Groninger Kerken 28 (2011), p. 3-8 (gearchiveerd, 3 februari 2016)
- Otto S. Knottnerus, 'Reclamations and Submerged Lands in the Ems River Estuary (900-1500)', in: Erik Thoen et al. (red.), Landscapes or Seascapes?. The History of the Coastal Environment in the North Sea Area Reconsidered, Turnhout 2013, p. 241-266
- J.G. Maschhaupt, Bodemkundige onderzoekingen in het Dollardgebied, Den Haag 1948
- Jan Molema, 'Verdronken kerken van veenontginningsnederzettingen', in: Groninger Kerken 28 (2011), p. 9-15 (gearchiveerd, 3 februari 2016)
- J.C. Ramaer, 'De vorming van den Dollart en de terpen in Nederland, in verband met de geographische geschiedenis van ons polderland', in: Tijdschrift Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genenootschap 26 (1909), p. 1-61, 264-265
- R.J. Roelofs, Beschouwingen en opmerkingen wegens de zaak van de inpoldering van een gedeelte van den Dollard, Finsterwolde 1856
- L.A.H. de Smet, Het Dollardgebied. Bodemkundige en landbouwkundige onderzoekingen in het kader van de bodemkartering, Wageningen 1962, deel 1 (tekst), deel 2 (bijlagen).
- A.J. Smith, ‘Verlies en aanwinst van land in de provincie Groningen gedurende de negentiende eeuw’, in: Bijdragen tot de Kennis van de Provincie Groningen en Omgelegen Streken 1, 3e en 4e stuk (1901), p. 225-244.
- G.A[cker] Stratingh en G.A. Venema, De Dollard of geschied,- aardrijks- en natuurkundige beschrijving van dezen boezem der Eems, Groningen 1855, herdr. 1979
- Sj. Visser, 'Aan de oevers van de oude Dollard', in: Noorderbreedte 14 (1990), nr. 90, p. 152-157
- E. Werkman, De man op de dijk. Het grenzeloze verhaal van de grauwe kiekendief, Zeist: KNNV, 2018, 3e herz, dr. 2020 (een verhaal dat begint in de Dollardpolders)
- Carl Woebcken, Die Entstehung des Dollart, Aurich 1928
- Henk van Zon en Jan Abrahamse, Dollard. Portret van een landschap, Harlingen 1974
- 1 2 Leendert Oudman en Jouke Prop, Dollard. Avifauna Groningen. Geraadpleegd op 1 september 2026. Naar: J.A. de Roos, T. Jager en A.C. van Klinken, Vogelgebieden in Groningen, 2009.
- ↑ Frans Debrabandere, Woordenboek van de familienamen in Zeeland, Brugge 2009, p. 91.
- ↑ Tjaard W.R. de Haan, 'De Dollart in het volksverhaal', in: Driemaandelijkse bladen 2 (1950), p. 120-124, aldaar p. 120.
- ↑ De Haan introduceerde de bijnaam in zijn bijdrage 'Toponymische Sprokkels in Groningerland', in: K.C. Peeters (red.), Miscellanea J. Gessler, Deurne en Den Haag 1948, dl. 1, p. 570-584, hier 584. De naam Ol-Tjoard komt voor het eerst voor in zijn gedicht 'Stad Raaide' (naar Klaus Groth), dat hij onder het pseudoniem Douko Potjer publiceerde in Dörp en Stad (april 1947), p. 36. Ook verwerkte hij de naam in een sage over Oterdum. Zie Tjaard W.R. de Haan, Smeulend vuur. Groninger volksverhalen, Den Haag 1974, p. 36-37, 42-45, 180.
- ↑ Knottnerus, 'Dollardgeschiedenis(sen) – Mythe en realiteit'.
- ↑ De bouwers van de Finsterwolderpolder in 1819 waren ervan overtuigd dat de buitendijk van deze nieuwe polder samenviel met de "Zoogenaamde Verdronken Kapitalen Zeedijk". Groninger Archieven, 817 inv.nr. 3383: Situatie teekening van de schorren of kwellerlanden, gelegen aan den Dollard in den Old Ampte (1818).
- ↑ Ubbo Emmius vermoedde dat de dijk van 1454 tot stand hield tot het begin van de 16e eeuw, maar daarna ten gevolge van de Saksische Oorlog werd verwaarloosd. Zie Gerhardus Outhof, Verhaal van alle de hooge watervloeden, in deeze en andere plaatsen van Europa, Groningen 1718, p. 178.
- ↑ Vgl. Wilhelm Kohl, Das Bistum Münster, Bd. 7.1: Die Diozese, 1968, 2e dr. Berlijn, New York 1999, p. 464-467.
- ↑ Vgl. Karl von Richthofen, Untersuchungen über friesische Rechtsgeschichte, dl. 2.2, Berlijn 1882, p. 864-875,1183-1193.
- ↑ Stratingh & Venema, De Dollard, p. 128. Oud Register Feith 1606 nr. 16.
- ↑ Groninger Archieven, 2849, inv.nr. 66: kaart van de Dollardpolders. Kaart 72 onderste deel, uit De Atlas van Beckeringh, 1777. De kopie van de Dollardkaart van Cornelis Edskens uit 1664 (universiteit Leiden), vermeldt de jaartallen 1548 en 1597, waaraan een in een later handschrift "volgens een oude kaart" de jaren 1(5)43 en 1595 zijn toegevoegd.
- ↑ Diarium Egbert Alting, p. 244-248. Stratingh en Venema, De Dollard, p. 108.
- ↑ Groninger Archieven, 2041, inv..nr. 1269 (1596).
- ↑ Carla Alma, "Vetkopers herrijzen in de Dollard", Noorderbreedte, 31 mei 2008.
- ↑ Important Bird Area factsheet: Dollart. BirdLife International (2025). Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
- ↑ Important Bird Area factsheet: Wadden Sea. BirdLife International (2025). Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
- ↑ Kurt Schubert, 'Ems und Jade', in: Die Küste, afl. 19 (1970), p. 29-67, aldaar p. 44-45, 48. Martin Krebs en Holger Weilbeer, 'Ems-Dollart Estuary', in: Die Küste 74 (2008), p. 252-262, aldaar p. 259-260.
- ↑ "Waarom is het water in de Eems-Dollard toch zo troebel? Groot internationaal onderzoek", Groninger Internet Courant, 23 januari 2019.
- ↑ Bas van Maren e.a., 'Synoptic Observations of Sediment Transport and Exchange Mechanisms in the Turbid Ems Estuary: The EDoM Campaign', in: Earth System Science Data 15 (2023), p. 53-72. Mathijs van den Adel, 'Modelling Tidal Residual Flows in the Ems Estuary', Mc Thesis, Delft 2022.
- ↑ Met wiskunde beter begrijpen waarom de Eems dichtslibt. TU Delft | Stories (2018). Geraadpleegd op 30 augustus 2026.
- ↑ Eems-Dollard 2050. Provincie Groningen (2021).
- ↑ Alle Eems-Dollard 2050 projecten. Eems Dollard 2050. Gearchiveerd op 28 januari 2021. Geraadpleegd op 25 augustus 2026.
- ↑ Waarom dit programma?. Eems Dollard 2050 (2019). Gearchiveerd op 30 september 2020.
- ↑ Onze ambitie. Eems Dollard 2050 (2018). Gearchiveerd op 20 januari 2021. Geraadpleegd op 15 maart 2021.
- ↑ Robertus K. Driessen, Monumenta Groningana veteris aeci inedita, dl. 4, Groningen 1829, p. 838 (= Oud Register Feith 1427.14).
- ↑ Ostfriesisches Urkundenbuch, nr. 677 (1454).
- ↑ De grenslijn staat afgebeeld op de provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781. Hij werd kennelijk vastgesteld in een overeenkomst tussen de stad Groningen en de vorst van Oost-Friesland uit 1723 en bekrachtigd in een verdrag met de Staten Generaal uit 1739. Wiebe J. Formsma, 'Het ontstaan van de rijksgrens bij Nieuweschans', in: Groningse Volksalmanak (1950), p. 90-113, aldaar p. 110; opnieuw in: Idem, Geschiedenis tussen Eems en Lauwers, Assen 1988, p. 84-97. Willem A.F. Bannier, De landgrenzen van Nederland, dl. 1: Tot aan den Rijn, Leiden 1900, p. 64-67.
- ↑ Christof Haverkamp, 'Das Meppener Grenztraktat von 1824. Ein folgenreiches deutsch-niederländisches Vertragswerk', in: Jahrbuch des Emsländischen Heimatbundes 58 (2012), p. 39–68.
- ↑ Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Hannover, Meppen. wetten.overheid.nl (2 juli 1824). Geraadpleegd op 25 augustus 2026.
- ↑ Karel Essink, De grenspaal in de Dollard die geen grenspaal is. wadgidsenweb.nl (2016). Geraadpleegd op 29 augustus 2026.
- ↑ Henk Kuipers, "Groninger boeren gaan "baktarwe" verbouwen", Nieuwsblad van het Noorden, 31 mei 1986. – via Delpher.
- Betwist grondgebied in Europa
- Estuarium
- Geschiedenis van Groningen (provincie)
- Oppervlaktewater in Groningen (provincie)
- Het Groninger Landschap
- Baai in Nederland
- Baai in Duitsland
- Geografie van Nedersaksen
- Oost-Friesland
- Stroomgebied van de Eems
- Important Bird Area in Duitsland
- Important Bird Area in Nederland