Lukas Rotgans
| Lukas Rotgans | ||||
|---|---|---|---|---|
Posthuum portret van Lukas Rotgans door Matthijs Pool (1715) | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Lukas Rotgans | |||
| Geboortedatum | vóór 26 november 1653 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 4 november 1710 | |||
| Overlijdensplaats | Maarssen | |||
| Geboorteland | Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | schrijver | |||
| Links | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Lukas Rotgans (Amsterdam, gedoopt op 26 november 1653 – Maarssen, 3 of 4 november 1710) was een Nederlands dichter. Naast enkele lof- en gelegenheidsgedichten is hij met name bekend vanwege zijn epos Wilhem den Derde (1698-1700), de Frans-classistische tragedies Eneas en Turnus (1705) en Scilla (1709) en het kermisgedicht Boerekermis (1708).[1]
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]Afkomst en jeugd (1653-1671)
[bewerken | brontekst bewerken]Lukas Rotgans werd omstreeks november 1653 als oudste zoon geboren in een welvarend patriciërsgeslacht te Amsterdam.[2][3] Hij was de oudste zoon van Jacob Rotgans en Magdalena Timmerman.[4] Als doopgetuigen waren aanwezig zijn grootmoeder van vaderskant, Geertruijd Huydekoper - verwant aan magistraat Johan Huydecoper - en zijn grootvader aan moederskant, Paulus Timmerman. Na zijn geboorte volgde een jongere broer, Paulus (geb. 1654), en een zus, Geertruijt Jacoba (geb. 1664).[2][5]
De familie Rotgans week na de doop van Paulus Rotgans vermoedelijk naar Utrecht, waar grootmoeder Geertruijd Huydekoper twee panden bezat.[5] Het is mogelijk dat deze verhuizing gemotiveerd werd door de Amsterdamse pestepidemie in 1663-1664. In Utrecht bezocht Lukas de Latijnse school; zijn vader Jacob zou hem willen klaarstomen voor een universitaire opleiding. In de jaren 1660 sterft zijn moeder Magdalena, vermoedelijk na de geboorte van zijn jongste zusje.[6]
De voogdij van de kinderen Rotgans valt in 1668 - na het overlijden van grootmoeder Geertuijd Huydekoper - in de handen van tante Elisabeth Rotgans en oom Johan Pauw. Zij erven tevens het buiten Cromwijck aan de Vecht.[5][7] Hier spendeerde de familie enige tijd - ofwel in de zomermaanden ofwel permanent.[8] Op Cromwijck ontwikkelde Rotgans zijn eerste interesse in het geschreven woord.[9]
Rampjaar, huwelijk en dichtcarrière (1672-1709)
[bewerken | brontekst bewerken]Bij het uitbreken van de oorlog in het rampjaar 1672, ging hij in het leger, waar hij vaandrig werd. Hij verliet het leger weer in 1674, omdat er geen promotie voor hem in zat. Cromwijck, dat in de oorlog verwoest was, liet hij herbouwen, al dan niet samen met zijn grootmoeder.
Na de Vrede van Nijmegen (1678) reisde hij naar Parijs en werd beïnvloed door de Franse hofcultuur. Terug in Cromwijck trouwde hij in 1687 met Anna Adriana de Salengre, die in 1689 overleed. Het echtpaar kreeg twee dochters en een zoontje, dat jong overleed. Pas na het overlijden van zijn vrouw kwam Rotgans' dichterschap tot ontplooiing. Rotgans woonde naast Cromwijck ook in Utrecht, waar hij officieel ingeschreven was. Zijn boeken werden deels uitgegeven door zijn vriend François Halma uit Leeuwarden.
Overlijden (1710)
[bewerken | brontekst bewerken]Rotgans overleed aan de pokken, in die tijd "de kinderziekte" genoemd. Hij werd begraven in Breukelen.
Werken
[bewerken | brontekst bewerken]- Dit overzicht is mogelijk incompleet; u kunt helpen door het uit te breiden.
Deze bibliografie is opgesteld aan de hand van de postume bundeling van Lukas Rotgans' werk, uitgegeven in 1715 door François Halma.[10]
Drama
[bewerken | brontekst bewerken]- Eneas en Turnus (1705).
- Scilla (1709).
Gelegenheidsgedichten
[bewerken | brontekst bewerken]Huwelijkszangen
[bewerken | brontekst bewerken]- Op het Huwelyk van den Heere Jan Elias Huidekoper, met Jongkvrouwe Agatha Hasselaar (1692).
- Op het huwelijk van den Heere Thomas van den Bosch en Jongkvrouwe Annina Chardenel (1694).
- Huuwlyksgroet aan den Heer Johan van Weede, met Jongkvrou Maria de Gonnes (1696).
- Huwelykszang voor den Heere Godefried Bidloo, en Juffrouw Alexandrina Schatter (ca. 1702).
- Huwelykszang voor den Heere Josef Huydecoper, met Jongkvrouwe Sophia Isabella Coymans (ca. 1706).
- Ter bruilofte van den Heere Johannes Schrödder, en Juffrouw Catharina Abbenbroek (1706).
- Op het huwelijk van Paulus Wenkink den Jongen, en Mejuffrouw Johanna Schröder (ca. 1706).
- Huuwlykszang voor den Heere Hendrik Hooft, en Jongkvrouwe Agatha van den Bosch (ca. 1707).
- Ter bruilofte van den Heere Jan van den Bosch, en Jongkvrouwe Albertina Constantia Pater (1708).
Lijkdicht
[bewerken | brontekst bewerken]- De wereldt in rou over haare Majesteit Maria Koninginne van Engeland, enz. (1695).
- Zee- en Landtklagten uitgejlort ter uitvaart van Koninginne Maria (1695).
- Rouklagte over den Heere Koert van Beyma (ca. 1699).
- Lykzang over den Heere Henrik van Weede (1700).
- Ter onsterflyker gedachtenisse van zyne Majesteit, Willem den III. Koning van Engelandt, enz. (1702).
- Lykklagt over den Heere Joannes Georgius Grevius (ca. 1703).
- Ter gedachtenisse van den Heere Grave van Athlone, enz. (ca. 1703).
- Ter uitvaart van den Heere Joan Huidekoper, Ridder, Heere van Maarseveen, enz. (ca.1704).
- Ter uitvaart van den Heere Diderik Mode (1710).
Hofdichten
[bewerken | brontekst bewerken]- Gezang op Goudestein (1690).[11]
- Stichts Landtgezang op Heemstede (z.d.).
Overig werk
[bewerken | brontekst bewerken]- Op de vervolginge tegen de belyders van den hervormden godsdienst door Lodewijk den XIV (1684). In dit boek, dat het debuut van Rotgans zou zijn, behandelt Rotgans het lot van de Franse hugenoten.
- Een heldendicht over Willem de Derde in acht boeken en ca 9000 verzen, getiteld Wilhem de Derde, door Gods genade, Koning van Engeland, Schotland, Vrankryk en Ierland, beschermer des geloofs, enz.enz.enz. (1698).
- Boerekermis (1708). Dit beschrijft de kermisgangers en de kermispret, vergelijkbaar met Brederode's boertige kluchten. Willem Kloos deed dit werk denken aan de schilderijen van Ostade en Jan Steen.
- Zedelessen uit de oude verdichtzelen getrokken, en in verscheide dichtmaat opgesteld (1712)
- Stichtse lofbazuin, geblaazen over het veroveren van Ierland, door den welgebooren heer Godard, baron van Reede (1691)
- de Mislukte Koningsmoordt
Literatuurlijst
[bewerken | brontekst bewerken]Voetnoten
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Strengholt (1959), p. 7
- 1 2 van Schaik-Verlee (1968), pp. 87-88
- ↑ Strengholt (1959: 5) vermeldt 1654 als geboortejaar, maar Van Schaik-Verlee (1968: 87-88) toont aan de hand het doopregister dat Rotgans op 26 november 1653 gedoopt is.
- ↑ van Schaik-Verlee (1968), p. 88
- 1 2 3 Strengholt (1989), pp. 67-68
- ↑ Halleen (1989), p. 99-101
- ↑ van Schaik-Verlee (1966), pp. 89-90
- ↑ Halleen (1989), p. 101
- ↑ Strengholt (1959), p. 5. Hoewel Strengholt (1959: 5) hier 'Nijenrode aan de Vecht' vermeldt, kan dit niet juist zijn (Halleen, 1989: 100). Cf. Strengholt (1989: 68).
- ↑ Rotgans (1715), pp. 1-680. Enkele bladzijden voor de paginanummering is een inhoudsopgave van twee pagina's afgedrukt.
- ↑ Het buiten was in bezit van Joan Huydecoper. Zie van Veen (1960), pp. 49-51.
Bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]Tekstuigaven
[bewerken | brontekst bewerken]- Rotgans, L. (1715). Lukas Rotgans Poëzy, van verscheide mengelstoffen. Leeuwarden: François Halma.
Secundaire literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Halleen, W.P. (1989). 'Lukas Rotgans (1653-17010), dichter op Cromwijck aan de Vecht'. Tijdschrift Historische Kring Breukelen, 4(2), pp. 97-106.
- Strengholt, L. (1959). 'Inleiding'. In: L. Rotgans (1959), Eneas en Turnus. Zwolle: N.V. Uitgever-maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink.
- Strengholt, L. (1989). 'Rotgansiana'. Voortgang, 10, pp. 67-89.
- van Schaik-Verlee, A.M.C. (1968). 'Rotgans leven op de keper beschouwd'. De Nieuwe Taalgids, 61, pp. 87-93.
- van Veen, P.A.F. (1960). De soeticheydt des buyten-levens, vergheselschapt met de boucken. Den Haag: Van Goor Zonen.